Tot Zover

MUZIEK BIJ UITVAARTEN

Uitvaartmuziek is te allen tijde. Maar hoe was dat vroeger, waar komt het requiem vandaan? Martin Hoondert neemt je mee terug in de tijd.


Tekst: Martin J.M. Hoondert, universitair docent ‘Muziek, Religie & Ritueel’ aan de Universiteit van Tilburg.

Muziek speelt een belangrijke rol bij rituelen en dus ook bij uitvaarten. Kun je je een uitvaart voorstellen zonder muziek? In de huidige cultuur zijn er nauwelijks grenzen aan wat muzikaal mogelijk is: van soft popmuziek tot heavy metal, van smartlap tot operette; ten gehore gebracht door middel van een geluidsopname (cd, mp3 enz.) of live gezongen. Dat is wel anders geweest: in de lange periode dat het uitvaartritueel vrijwel altijd een kerkelijk ritueel was, werd het muzikale repertoire door de kerk bepaald. We springen terug in de tijd, naar het jaar 800, het rijk van Karel de Grote.

Het gregoriaanse Requiem

In de rooms-katholieke uitvaartliturgie werd, sinds de achtste/negende eeuw, het gregoriaanse Requiem gezongen. De gregoriaanse zang was enkelstemmig en de teksten waren in het Latijn. De teksten lagen nog niet exact vast, dat gebeurde pas in 1570. Met die teksten is iets bijzonders aan de hand. In algemene zin zijn de teksten van de gregoriaanse gezangen ontleend aan de Bijbel, met name aan de psalmen. De meeste teksten van het Requiem zijn echter niet aan de Bijbel ontleend, maar komen uit andere bronnen.

Dies irae

Het meest tot de verbeelding sprekende gezang van het Requiem is ongetwijfeld het Dies irae, een gezang dat overigens pas in de 13e eeuw is toegevoegd en in de huidige requiemmis in de rooms-katholieke liturgie niet meer gezongen wordt. Dies irae is een gezang over de ‘dag des oordeels’. Het muzikale beginmotief is door vele componisten gebruikt als ‘signaaltoon’ van oordeel en dood, onder andere in de Symphonie fantastique (1830) van Hector Berlioz, de Danse Macabre (1875) van Camille Saint-Saëns, de Tweede Symfonie (1894) van Gustav Mahler.

Het meerstemmig Requiem

De eerste meerstemmige zetting van het Requiem is van de hand van de Vlaamse componist Johannes Ockeghem. Hij componeerde zijn Requiem in 1461 of 1483 bij gelegenheid van de dood van Karel VII (+ 1461) of Lodewijk XI (+ 1483). Ockeghem blijft nog heel dicht bij het gregoriaans, hij neemt de gregoriaanse melodieën op in zijn meerstemmige compositie, meestal in de bovenstem.

Zowel het gregoriaanse als de meerstemmige zettingen van het Requiem werden en worden gezongen in de rooms-katholieke liturgie bij uitvaarten, gedenkdagen en op Allerzielen (2 november). Het Requiem van Mozart (1791) is wellicht het eerste Requiem dat buiten de muren van het kerkgebouw werd uitgevoerd. Het was baron Van Swieten die in januari 1793 een benefietuitvoering organiseerde van dit Requiem ten bate van Mozarts weduwe en zijn kinderen. Latere Requiem-zettingen, denk aan Berlioz (1837), Verdi (1874), Britten (1962), Ligeti (1965), Penderecki (1980) en Webber (1984) werden gecomponeerd voor de concertzaal. Door het loslaten van het kerkelijke kader voelden componisten zich vrij om elementen van het Requiem te wijzigen: de Latijnse tekst van het Requiem werd aangepast, er werden elementen aan toegevoegd of de tekst werd geheel vervangen door teksten uit andere bronnen.

Uitvaartmuziek in de Reformatie

Dit laatste zien we ook bij componisten die werkten binnen de kaders van de Reformatie (vanaf de 16e eeuw). De reformatoren (Luther, Calvijn) lieten de Latijnse teksten los en vervingen deze door teksten in de landstaal. Een mooi voorbeeld hiervan vinden we bij Henry Purcell, die leefde en werkte in de tweede helft van de 17e eeuw (1659-1695) in Engeland. Queen Mary, de vrouw van William III, overleed in 1694. In maart 1695 vond de uitvaartplechtigheid plaats, waarvoor Purcell enkele composities schreef: Funeral Music. In november 1695 klonk deze muziek weer, maar nu bij de begrafenis van Purcell zelf. De Funeral Music bestaat uit enkele instrumentale stukken, onder andere ter begeleiding van de begrafenisstoet, en drie Funeral Sentences: drie teksten over de dood die gezongen dienen te worden aan het graf.

Kerkelijke uitvaartliturgie in de 20e eeuw

In de 20e eeuw verandert het repertoire in de kerkelijke liturgie. In de rooms-katholieke uitvaartliturgie wordt het Requiem (gregoriaans of meerstemmig) nog wel gezongen, maar vaker horen we Nederlandstalige gezangen, waaronder het geliefde lied ‘Licht dat ons aanstoot in de morgen’ op tekst van Huub Oosterhuis en muziek van Antoine Oomen, of ‘Blijf mij nabij’ op tekst van Willem Barnard op de uit Engeland afkomstige melodie ‘Abide with me’ van W. Monk. In de protestantse kerken worden geregeld de psalmen gezongen (onder andere psalm 23 en 27) en onder meer het gezang ‘Eens als de bazuinen klinken’ op tekst van Tom Naastepad geschreven op een volksmelodie uit Wales.

Voorbij het kerkgebouw

In de loop van de 20e eeuw zijn de kerken het monopolie op het uitvaartritueel kwijtgeraakt. Uitvaartrituelen hebben zich, in elk geval ten dele, verplaatst van het kerkgebouw naar het crematorium of het uitvaartcentrum. Dit heeft grote gevolgen voor het muzikale repertoire. Niet langer voelen mensen gebonden aan de voorgegeven kaders en in muzikaal opzicht zouden we kunnen zeggen: ‘anything goes’.

Twee factoren spelen daarbij een rol. Ten eerste zijn er, met name in het crematorium, goede technische mogelijkheden om muziek te reproduceren. Muziek kan gekozen worden via een online playlist of aangedragen door middel van een cd of usb-stick. Vaak is een vleugel of piano aanwezig in het crematorium en kan er live muziek gemaakt worden. De techniek is geen beperkende factor voor de muziekkeuze.

Ten tweede is de aard van het uitvaartritueel veranderd. Tot ver in de 20e eeuw volgde het uitvaartritueel een vast stramien. Dit gold niet alleen voor het kerkelijk uitvaartritueel, maar ook voor de uitvaartrituelen buiten het kerkgebouw. Het crematieritueel in de jaren ’70 en ’80 beperkte zich doorgaans tot drie liedjes, een kort in memoriam en een gang langs de kist als laatste afscheid. Vanaf het eind van de 20e eeuw wordt het persoonlijke en unieke karakter van iedere uitvaart benadrukt en is het vaste stramien verdwenen. De muziekkeuze laat nu de muzikale voorkeuren van de overledene of de nabestaanden zien. We horen het ‘geleefde leven’ terug in de muziek tijdens het uitvaartritueel.

Troostmuziek

Wat betreft de muziek geldt inderdaad ‘anything goes’, maar we kunnen dit ook relativeren. Naast keuzevrijheid, ruime technische mogelijkheden en grote variatie in de muziekkeuze, zien we ook terugkerende patronen. Elke uitvaart is uniek en toch horen we tijdens heel veel uitvaarten ‘Time to say goodbye’ gezongen door Andrea Bocelli en Sarah Brightman, en ‘Afscheid nemen bestaat niet’ van Marco Borsato. Blijkbaar zoeken we in de vrijwel onbegrensde muzikale mogelijkheden eerst en vooral naar muziek die past bij het ritueel en die ons troost en helpt bij het afscheid nemen van een dierbare.


lees verder