Tot Zover

Top-13 Collectie

Museum Tot Zover verzamelt objecten en kunstvoorwerpen die een relatie hebben met funeraire kunst, geschiedenis en uitvaartcultuur van Nederland. De museumcollectie omvat meer dan 2.000 objecten.
Hieronder zie je een greep uit de collectie.


Luxe lijkkoets, ca.1895

De lijkkoets werd vóór 1800 alleen gebruikt voor de hoogste klasse. De meeste doden werd per draagbaar naar het kerkhof gebracht. Het aantal lijkkoetsen nam in de negentiende eeuw snel toe toen begraafplaatsen buiten de steden werden aangelegd. Koetsen waren er in verschillende klassen, de meest luxe was de 1ste klasse staatsielijkkoets. In Nederland zijn er nog maar twee van bewaard gebleven, waarvan één in de collectie van Museum Tot Zover.

Op zijn sterfbed, 17de eeuw

Een priester op zijn sterfbed. Hij draagt een kazuifel met manipel, wat wijst op zijn hoge rang. Het schilderij is in bruikleen van de Nederlandse Orde van Jezuïeten. Zij menen dat hier hun stichter Ignatius van Loyola (1491-1556) is afgebeeld. Dat is echter onwaarschijnlijk en de overledene blijft anoniem, net als de schilder. Het uitstekend geschilderde werk is zeventiende eeuws. Het is een van de weinige doodsportretten in Nederlandse musea.

Stolp-urnen, 1995

Maria van Kesteren (1933) maakte in 1995 een serie stolp-urnen. Deze stolpen omvatten de as met warmte en waardigheid. Van Kesteren ontwerpt altijd in hout, dat ze draait. “Het boeiende van houtdraaien is dat je voortdurend en consequent vanuit één principe, het volgen van de cirkelgang van het hout, streeft naar pure vorm.” Haar werk bevindt zich in musea als het Stedelijk Museum in Amsterdam en het Haags Gemeentemuseum.

Boeket van haar, 1871

In dit zeer zeldzame haarwerk is het haar op verschillende manieren verwerkt: hele lokken zijn omgebogen tot bloemblaadjes, maar ook is te zien dat haar is gesneden en vervolgens is gestrooid op voorgevormde knoppen en blaadjes. Daarnaast zijn er bloemen gemaakt van gevlochten haarstrengen. Haar werd in de negentiende eeuw veel gebruikt in herinneringswerken zoals sieraden, medaillons en kleine ‘haarschilderijtjes’. Een boeket met haar is echter uniek.

Lees meer

Post-mortemfoto, 1856-60

Daguerreotypies zijn de vroegste foto’s. Het zijn unieke exemplaren, er was geen negatief. Het waren zeer kostbare werken dus vaak werden ze bewaard in mooie doosjes. Deze union case geeft aan dat het waarschijnlijk Amerikaans is. De kindersterfte was destijds zeer hoog. Twee derde van dergelijke foto’s bevat een jong gestorven kind. Een post-mortemfoto was vaak het enige portret dat men van het overleden kind had.

Ford TT, 1917-23

De Ford Model T (1908-1927), was de eerste auto die in massaproductie werd gebouwd. Een variant was de Model TT (truck), met een verlengd en verstevigd chassis. Model TT werd geproduceerd tussen 1917 en 1923 als chassis, een gespecialiseerde carrosseriebedrijf bouwde de auto af. Model T en TT wijzen op het naderende  einde van de koets, ook voor lijkvervoer. Museum Tot Zover bezit ruim 250 schaalmodellen van lijkauto's, de grootste collectie van Europa.

Dodenmaskers

Het verzamelen van dodenmaskers was in de achttiende eeuw ongekend populair. Liefhebbers probeerden een zo groot mogelijke collectie ‘beroemdheden’ bij elkaar te krijgen.

Lees meer

Behind Death's Door, 2011

De dood is een belangrijk thema in Satijn Panyigay’s werk. De melancholische fotoserie Behind Death’s Door toont de ontmanteling van woonruimtes van recentelijk gestorven mensen. De nabestaanden lieten de ontruiming over aan gespecialiseerde bedrijven. Ramen en deuropeningen zijn niet te zien, er is geen contact met de buitenwereld. Triviale objecten zijn de laatste resten van een voorbij leven. Sporen worden uitgewist, herinneringen vervagen.

Lees meer

'Als wij, levenden, sterven', 1935

Omstreeks 1900 werd er een strijd gevoerd voor de herintroductie van de lijkverbranding. De diamantbewerkers richtten een eigen vereniging op: de Arbeiders-Vereeniging voor Lijkverbranding (AVVL). Zo wilde men crematie  ook bereikbaar maken voor minder welgestelden. In 1935 maakten zij een propagandafilm. Deze zwart-witfilm gold in zijn tijd als uiterst modern. De Leeuwarder Courant van 15 maart 1935 sprak zelfs over 'de ontwikkelingsgang van de aarde en haar bewoners … in snel flitsende beelden'! Benieuwd geworden? Bekijk de film op Youtube.

Rouwserviezen

In de negentiende eeuw werd het mode om tijdens de rouw speciale serviezen te gebruiken. In eerste instantie koos men voor het ‘black basalt ware’ van Wedgwood. Al snel ging Wedgwood speciale rouwserviezen maken, met bijpassende ornamentering. Al snel volgden andere fabrikanten. Men gebruikte niet alleen zwart aardewerk, maar ook geperst glas, wat goedkoper was. Een dergelijk servies bestond meestal uit vier of vijf onderdelen: thee en/of koffiepot, melkkan, suikerpot en een spoelkom. Een bekende Nederlandse producent was Regout.

Papierknipwerk, 1818

De Middelburgse tekenaar Johannes Hubertus Reygers (1767-1846) maakte ook papierknipwerken. Binnen dit genre neemt hij een bijzondere plaats in, omdat hij driedimensionaal werk maakte. Het werk is gesigneerd en 1818 gedateerd, maar de predikant en zijn vrouw blijven vooralsnog onbekend. Hun portretten zijn vermoedelijk kopieën naar originelen die omstreeks 1780 zijn vervaardigd door de Duitse kunstenaar Johann Anspach (1752-1823).

De Sneu, 1995

De kunstenaar PJ Roggeband ontwierp een zwarte kubus die nabestaanden op hun neus kunnen zetten, als uiterlijk teken van rouw. Hij noemt het de Sneu, anagram van neus. Vgl. feestneus.