Tot Zover

Napoleons Laatste Reis

Een serie bijzondere prenten tonen het transport van Napoleons overblijfselen vanuit zijn ballingsoord in Sint-Helena naar Parijs. Daar vond een spectaculaire herbegrafenis plaats in 1840. De prenten komen uit de collectie Jol.


Na de verloren slag bij Waterloo in 1815 werd Napoleon verbannen naar het geïsoleerde Sint-Helena. Hij stierf er in 1821, na zes jaar ballingschap. In 1840 werd zijn graf geopend en werd zijn gebalsemde lichaam opgegraven. Na jaren van onderhandelingen met de Engelsen mochten de Fransen het lichaam naar Parijs brengen en herbegraven. De lange reis naar Parijs en de herbegrafenis waren momenten van triomf voor Frankrijk. De stoffelijke resten van de keizer werden groots onthaald in Parijs. Vele duizenden nieuwsgierigen waren getuige van één van de spectaculairste uitvaarten van die tijd, het slotstuk van een knap staaltje internationaal rouwtransport.

Al snel verschenen er veel prenten naar aanleiding van episodes uit de reis. Op de tentoonstelling zijn negentien prenten van Napoleons laatste reis te zien.

Opening van de doodskist van Napoleon

Zeven dagen na aankomst op Sint-Helena werd Napoleons lichaam opgegraven. Dit gebeurde ’s nachts en duurde in totaal negen uur. Zijn gebalsemde lichaam werd bewaard in vier kisten, bestaande uit verschillende materialen waaronder lood, tin en hout. Op de achtergrond is de constructie te zien waarmee de stenen grafplaat werd verwijderd.

Men vreesde dat Napoleons stoffelijke overschot in staat van ontbinding zou verkeren. Het lichaam bleek echter goed geconserveerd te zijn. Dit tot vreugde van de Fransen, die op de prent versteld en ontroerd reageren.

Op de prent zien we meerdere mensen. Scheepsarts Remy Guillard tilt het satijnen doek op dat het lichaam van Napoleon bedekt. Naast hem bereidt zijn assistent zich voor om Napoleon te besprenkelen met conserverende vloeistof. Abt Coquereau bidt samen met twee acolieten (oudere misdienaren). Links van Napoleon houdt een man de keizerlijke mantel vast. Deze was meegenomen uit Parijs, evenals de ebbenhouten kist op de voorgrond. Op de grond liggen de gereedschappen waarmee de kisten werden geopend.

Het lichaam van Napoleon verlaat zijn ballingsoord

Nadat de Franse delegatie had gezien dat Napoleons gebalsemde lichaam in goede staat verkeerde werden de kisten weer gesloten. De sleutel van de buitenste kist werd plechtig overhandigd aan de afgezant van de Franse koning, de hertog van Chabot.

De kist werd afgedekt met de keizerlijke mantel. De dag daarna begon men aan de tocht naar de haven. Een koets met vier paarden vervoerde de kist. Deze koets is hier goed te zien. De tocht duurde twee uur en vond deels plaats in de regen. Pas bij het binnengaan van Jamestown brak de zon door. Onafgebroken vuurden de Franse schepen en de Engelse forten zogeheten minuutschoten af: kanonschoten met tussenpozen van precies een minuut.

Afgebeeld is het moment dat de kist van de koets is geladen en naar een gereedliggende sloep wordt gebracht. De officieren van de Franse schepen staan op het punt de kist in ontvangst te nemen. Ze zijn blootshoofds, de voorste van hen is de prins van Joinville. Zijn armgebaar wijst er op dat hij spreekt tot de man tegenover hem. Dat is generaal Middlemore, de Engelse gouverneur, die bedankt wordt voor alle medewerking. De gouverneur buigt in respect.

De inscheping van het lichaam van Napoleon op de rede van Sint-Helena

Na de laatste plichtplegingen op de kade werd de kist voorzichtig in de gereedliggende sloep geplaatst. Omringd door enkele andere sloepen roeide men langzaam naar de Belle Poule. De keizerlijke mantel was over de kist gedrapeerd. De prins van Joinville nam zelf plaats aan het roer.

Op het moment dat de sloepen de kade verlieten vuurden de Engelsen 21 saluutschoten af. Dit zogeheten ‘royal salute’ was voorbehouden aan koningen en tekent daarmee het respect van de Engelsen voor Napoleon.

Het kleine Franse eskader had inmiddels gezelschap gekregen van twee Franse koopvaardijschepen. De vijf schepen beantwoordden de saluutschoten met enkele ceremoniële salvo’s. De tekens van rouw op de schepen waren verdwenen en vervangen door vele vlaggen en wimpels. De bemanningen hadden plaats genomen op de ra’s. De zeelieden waren blootshoofds en hielden hun hoofddeksels in de handen. Het was een triomfantelijk moment voor de Fransen.

Napoleons kist in de rouwkapel

Hier is het moment uitgebeeld direct na de plechtigheid op het dek van fregat de Belle Poule. De kist werd naar de chapelle ardante, de rouwkapel gebracht, gevolgd door de aanwezigen. In de twee deuropeningen staan ze eerbiedig te wachten. Links met baard staat François d’Orléans, prins van Joinville.

Abt Coquereau staat achter de kist. Naast hem knielt een koorknaapje. Achter de abt bevindt zich het altaar met daarop meer kaarsen en twee boeken. Uit Coquereau’s eigen verslag van de reis, blijkt dat hij hier psalm 109 reciteert. Dit is zeer ongebruikelijk. Psalm 109 (110 in de Nederlandse vertaling) is een lied ter gelegenheid van de inhuldiging van de koning. Later werd dit gezien als betrekking hebbend op de Messias. In de dodenliturgie komt deze psalm niet voor.

De kapel was in de vertrekhaven ingericht met een chique cenotaaf - de nog lege grafmarkering - en prachtig gedecoreerd. De wanden waren bekleed met donker velours, voorzien van goudstiksels. Er was overigens iets mis gegaan in Toulon. De kist van ebbenhout was te groot voor de cenotaaf en paste er niet in. Hierop werd de cenotaaf weggehaald en de keizerlijke mantel direct over de kist gelegd.

De dag na de overdracht van het lichaam en alle plechtigheden mochten de bewoners van Sint-Helena een kijkje nemen in de rouwkapel. Zo konden ze afscheid nemen van de man die vijfentwintig jaar in hun midden was.

In Cherbourg wordt het lichaam van Napoleon overgebracht naar de Normandie

Op 30 november bereikte de Belle Poule de haven van Cherbourg. Het schip was alleen. De andere schepen waren heengezonden.

In Cherbourg werd de kist overgeladen op de Normandie. Met deze moderne radarstoomboot zou men eerst over zee naar Le Havre varen en daarna de Seine op tot vlak onder Rouen. Daar werd de stroming te sterk en zou een andere stoomboot het weer overnemen. Inderdaad werd men tegemoet gevaren door een vloot van tien radarstoomboten. Napoleons lichaam zou aan boord gaan van de Dorade 3.

Op de prent is juist het moment te zien dat de ebben houten kist aan boord van de Normandie komt. De loodzware kist lijkt als vanzelf de plank af te glijden. De prins van Joinville staat rechts van de kist en gebaart met zijn armen. Abt Coquereau is al aan boord en in gebed. De kade is gevuld met soldaten. Enkele belangstellende burgers bekijken het gebeuren vanuit kleine bootjes.

Op de Normandie was een fraaie plek gemaakt voor de kist: een tempel met twaalf zuilen en fluwelen gordijnen. Op de prent is dit echter niet te herkennen.

De lijkkoets van Napoleon

In Courbevoie begon het laatste deel van de reis. Hier werd Napoleons lichaam geplaatst in een overvloedig versierde rouwkoets. Deze char funèbre (funeraire kar) was al gearriveerd. Hij werd verborgen gehouden in een grote hangar, vlakbij de brug naar Neuilly.

De koets werd ontworpen door Henri Labrouste. Deze architect was samen met Louis-Tullius Visconti verantwoordelijk voor de aankleding van de gehele ceremonie. Labrouste ontwierp de aanlegsteiger in Courbevoie, de katafalk-boot, de lijkkoets en de vele versieringen in de stad.

De char funèbre was indrukwekkend. De koets was tien meter lang, vijfenhalve meter breed en tien meter hoog. De koets woog 13000 kilo. Hij werd getrokken door zestien paarden. Die zullen er nog de nodige moeite mee hebben gehad.

Het voertuig had een streng, classicistisch uiterlijk. Voorop stonden beelden van twee engelen die de keizerskoon omhoog hielden. Er waren draperieën, vaandels, reliëfs en vergulde decoraties. Helemaal boven wordt een lijkkist ondersteund door veertien kariatiden. De beroemde Franse schrijver Victor Hugo had hier kritiek op. Deze kist was namelijk leeg. De (zware) kist met Napoleons lichaam bevond zich namelijk helemaal beneden. “De kar verborg wat we wilden zien.”, schreef Hugo.

Napoleons rouwstoet arriveert in Parijs

Deze prent laat het moment zien dat de lijkkoets de Arc de Triomphe passeert. Daarmee was Napoleon weer terug in Parijs.

15 december 1840 was een koude dag. Om tien uur ‘s ochtends was de stoet vertrokken vanuit Courbevoie. Men nam de Pont de Neuilly over de Seine. Vanaf daar was het een rechte lijn van drie en halve kilometer naar de Arc de Triomphe.

Napoleon zelf gaf in 1806 de opdracht tot de bouw van de triomfboog. Het was een herinnering aan de overwinning van de Franse troepen te Austerlitz. Pas in 1837 werd de bouw voltooid.

De rouwstoet was met uiterste zorg samengesteld. De Parijse gendarmerie ging aan kop, gevolgd door verschillende militaire eenheden en diverse koetsen met hoogwaardigheidsbekleders. Hoe dichter bij de rouwkoets, hoe belangrijker men was. De enige kerkelijke vertegenwoordiger was abt Coquereau. Verder was het een puur militaire aangelegenheid. De bemanning van de Belle Poule en de Favorite vormden een vierkant om de koets heen.

De prent geeft een beeld van de massaliteit van het evenement. En ook van de parkachtige omgeving van de Arc de Triomphe in 1840.

De katafalk en de kapel van Napoleon, in de Dôme des Invalides

Na de lange en koude tocht van Courbevoie betrad men om twee uur ’s middags de Dôme des Invalides. Dit was eigenlijk de koninklijke kapel van Les Invalides.

De galerijen, het koor en de tribunes waren gevuld met de Franse elite. Toen de stoet stil hield voor de trap naar de koepel, steeg koning Louis-Philippe van zijn troon af en begroette de leider van de expeditie, zijn zoon François d’Orléans, prins van Joinville. Uit zijn handen en namens het Franse volk ontving de koning Napoleons lichaam.

Het licht van buiten is afgeschermd met paarse gordijnen en de kapel is verlicht door kaarsen en vuurschalen. De versiering bestaat uit doeken en schilderingen met daarop koninklijke emblemen en rouwsymbolen. Ook hangen er vele vlaggen. Naast de koning staat een officier die een kussen draagt, waarop het zwaard van Napoleon ligt. De koning droeg Generaal Bertrand (links) op, het zwaard op de kist te leggen.

Nadat iedereen was gaan zitten, werd er begonnen met de mis. Het Requiem van Mozart werd gezongen. Aartsbisschop en koning besprenkelden de kist met wijwater, alvorens deze werd geplaatst op de katafalk in de kapel van de Heilige Hiëronymus.

Het praalgraf van Napoleon

De linkse prent toont het Parijse grafmonument van Napoleon, een praalgraf in neoclassicistische stijl. Het monument bevindt zich in de Dôme des Invalides.

Het gehele monument is behangen met wapens, schilden, festoenen en andere militaire emblemen. Alles verwijst naar Napoleons keizerlijke ambitie. Midden bovenop het dak staat een adelaar, evenals op elke hoek van het dak. De kist is hoog geplaatst en wordt gedragen door beelden. Aan de zijkanten staan vier vuurpotten en vier wachten. De wachten dragen een vlag. Op de voorgrond staat de kist met de kroon van de keizer.

We zien hier een tijdelijk praalgraf. Het uiteindelijke monument, ontworpen door Louis Visconti in 1842, werd pas in 1861 voltooid. Zie de afbeelding rechts. In het midden van de kapel dient een ronde opening als crypte. Daarin werd een grote sarcofaag geplaatst.

In 1861 werd Napoleons kist uit de kapel van de Heilige Hiëronymus, waar het sinds 1840 had gelegen, verhuisd naar de kelder onder de koepel van de kerk. Het graf wordt nog altijd dagelijks door duizenden mensen bezocht.