Tot Zover

Afterlife. Kunst over de eindbestemming

Wat is er na het leven? Is er iets, is er niets? 14 kunstenaars geven een visie.
Xu Bing (CN), Melanie Bonajo (NL), Kim Boske (NL), Nathalie Bruys (NL), Yushin U. Chang (TW), Roger Hiorns (GB), Nick Hullegie (NL), Susan MacWilliam (IE), Oscar Muñoz (CO), Femmy Otten (NL), Satijn Panyigay (NL), Valeska Soares (BR), Sarah van Sonsbeeck (NL), Leonid Tsvetkov (RUS)


Introductie

Atheïsten maken korte metten met de ziel en het hiernamaals. De ‘ziel’ is niets meer dan bewustzijn dat gekoppeld is aan hersenfuncties die ophouden na de dood.
Ondanks het grote vertrouwen in de ratio boette de atheïstische zienswijze de laatste decennia in aan overtuigingskracht. Het grote niets als eindbestemming lijkt steeds moeilijker te accepteren. Hoewel Nederland geldt als een van de meest geseculariseerde landen, is het merendeel van de bevolking van mening dat er ‘iets’ is na de dood. Dit ‘geloof’ staat los van een officiële godsdienst. De spirituele mens schept een eigen religieus universum door te sprokkelen uit het grote aanbod van religies en zingevingsystemen. Als reactie op het rationalisme zoekt men naar de goddelijke vonk in de diepste lagen van het  onderbewustzijn. Het idee dat het leven verbonden is aan een groter, onstoffelijk geheel maakt de betovering compleet. ‘Ietsers’ geloven in wedergeboorte, of worden onderdeel van een energetische kosmos. Zij transformeren tot een spirituele entiteit of gaan op in de bezielde natuur.
De vraag of er iets of niets is na de dood veronderstelt een aantal fundamentele tegenstellingen die de gemoederen al sinds de klassieke oudheid bezighouden. Bestaat er een god of niet, zijn lichaam en ziel twee gescheiden entiteiten? Bestaat de aarde uit louter materie of ligt de geest ten grondslag aan de zichtbare wereld? In vluchtige, transcendente, meditatieve, ironische  en rationele kunst worden deze tegenstellingen ontrafeld. Het zijn pogingen om over de grenzen van het kenbare heen te kijken. De  acceptatie van de eindigheid en het verlangen naar onsterfelijkheid manifesteren zich in Afterlife.


Afterlife I - expositie in het museum

Melanie Bonajo, The afterlife: the unexplored continent

Mixed Media, reader (2011)
Aan de hand van negen telefoongesprekken met mediums zoekt Melanie Bonajo naar de ingrediënten die spiritualiteit geloofwaardig maken en naar manieren waarop deze zich manifesteren in ons dagelijks leven. Tijdens haar pogingen om via een medium overledenen te interviewen, verkent Bonajo de door mediums gebruikte cold reading-techniek. Ze bestookt de doden met atypische vragen en vraagt artistiek advies voor een kunstwerk over het hiernamaals. De mediums worden hierbij teruggeworpen op hun eigen creativiteit en esoterische repertoire.

De negen sculpturen bevatten herinterpretaties van archaïsche symbolen, parapsychologische strategieën en geruststellende clichés die mediums meegeven aan de noodlijdende bellers van mediumhotlines. Bonajo zoekt een balans tussen tegenstellingen en naar de intrinsieke waarde van huis-tuin-en-keukenmystiek. De clichés geven de behoeften weer van de vervreemde mens in een onttoverde wereld. Men verlangt niet naar waarheid of bewijs, maar naar een transcendentaal klankbord, een luisterend oor dat na de dood de verbinding verbreekt.

Sarah van Sonsbeeck, One Cubic Decimeter of Silence

Staal, vacuüm, microfoon, koptelefoon (2009)

In One Cubic Decimeter of Silence is in een holle kubus van staal een vacuüm gerealiseerd. Hierdoor zijn er geen luchtdeeltjes meer die trillingen doorgeven en is er geen geluid. Met een ingebouwde microfoon wordt het ‘geluid’ van de kunstmatige stilte versterkt. De leegte van het niets is voor Sarah van Sonsbeeck een positief verschijnsel. Zij maakt stilte, oftewel de afwezigheid van bewegende luchtatomen, voelbaar. Het is een aanwezig zijn door afwezigheid, zoals niets iets is.
Het werk is een ultieme bevestiging van het leven; de enige storingshaard is het lichaam zelf met de ademhaling, het kloppen van het hart en het ruisen van het bloed. Het ervaren van absolute stilte tijdens het leven is daarom een illusie. Deze absolute stilte is de stilte van het grote niets, een beroofd zijn van waarneming.

Sarah van Sonsbeeck, Moment of Bliss

Theaterlamp, rood filter, voorgeprogrammeerde dimmer, schakelaar (2011)

Met een lamp, een rood filter en een voorgeprogrammeerde dimmer bootst Sarah van Sonsbeeck een binnenkomende straal zonlicht na. Net als stilte is licht een natuurkundig fenomeen zonder emotie. Desondanks kan licht ons ontroeren. Lichtspiegelingen komen soms bij verrassing een ruimte binnen om zo de beleving van het moment te beïnvloeden. Het betoverende licht prikkelt de bewustwording van tijd en ruimte, van het aanwezig zijn. Dit instant geluksmoment transformeert, of voor wie wil sacraliseert, op gezette tijden de ruimte. De symboliek van licht is universeel. Het staat voor inzicht in de hogere waarheid, het transcendente of zelfs voor god. Wie verlichting bereikt, geniet het Nirwana, een gelukzalige plek waar leegte heerst. Het immateriële van het niets wordt zo door Van Sonsbeeck tijdens het leven tastbaar gemaakt.

 

Oscar Muñoz, Aliento

Staal, was (1996-2002)

Met Aliento - adem - confronteert de Colombiaanse kunstenaar Oscar Muñoz ons met  sterfelijkheid en met het verlies van identiteit. Door tegen de spiegeltjes van staal te ademen worden overleden personen, afkomstig uit rouwadvertenties in de krant, tot leven gewekt om bij de opvolgende inademing weer te verdwijnen. Muñoz benadrukt hiermee de theorie van de Franse filosoof Roland Barthes dat de ware functie van fotografie is volbracht wanneer het afgebeelde is verdwenen. De ongrijpbaarheid van het schimmige portret roept een onbehaaglijk gevoel van leegte en vergetelheid op. De mens is niets meer dan een radertje in een groot geheel dat de geschiedenis helpt zich te ontvouwen. Anderzijds dwingt de eindigheid tot het maken van keuzes, wat onmisbaar is bij het ontwikkelen van een eigen identiteit.

Satijn Panyigay, Behind Death’s Door

Gelamineerde fotoprints op Dibond (2011)

De dood is, naast eenzaamheid, heimwee en verlangen, een belangrijk thema in Satijn Panyigay’s werk.
De melancholische fotoserie Behind Death’s Door toont de ontmanteling van woonruimtes van recentelijk gestorven mensen. De nabestaanden lieten de ontruiming over aan gespecialiseerde bedrijven. Panyigay liep verschillende malen mee om de dood verder te doorgronden.
De foto’s zijn hermetisch, er is geen contact met de buitenwereld. Dit resulteert in een beklemmende sfeer. Triviale objecten zijn de laatste resten van een voorbij leven. Sporen worden uitgewist, een voorafschaduwing van het vervagen van herinneringen. Het uiteindelijk wegzinken in absolute vergetelheid is het beangstigende lot van ieder individu. Uit de serie spreekt een wrange boodschap. Eeuwigheid komt neer op een voortdurende beweging van mensen die onophoudelijk doodgaan.

Xu Bing, Where does the dust itself collect?

Stof verzameld bij Ground Zero na de aanslagen op 9/11 (2004)

Het materiaal voor Where does the dust itself collect? is afkomstig van de op 9/11 ingestorte Twin Towers. De Chinese kunstenaar Xu Bing verzamelde het wit-grijze stof dat een deel van Manhattan, New York bedekte en heeft het nu hier in Amsterdam over de vloer verspreid. Daarbij werden twee zinnen uit een boeddhistisch gedicht van de Chinese zen-meester Hui-neng (638-713) uitgespaard: “As there is nothing from the first, Where does the dust itself collect?” De metaforische tekst raakt de essentie van het zenboeddhisme: het niets van waaruit alles zich manifesteert en waar alles weer naar terugkeert. Het Nirwana is de ultieme leegte. De installatie verkent de relatie tussen het materiële en het spirituele, er is immers sprake van karmisch én materieel stof.
De oorsprong van de aanslagen is volgens Bing de vervreemding van de menselijke natuur, die uiteindelijk leidt tot geopolitieke, sociale en culturele spanningen.

Dane Mitchell, Gateway to the Etheric Realm

Lens, vloek (2011)

In Gateway to the Etheric Realm opent de Nieuw-Zeelandse kunstenaar Dane Mitchell de poort naar het spirituele rijk door contact te leggen met bovennatuurlijke krachten die eventueel in het museum aanwezig zijn. Een Wicca-heks heeft een zogenaamde Vortex geplaatst in de technische ruimte van het museum. Dit is een spiraalvormige poort opgebouwd uit wit licht en liefde. Op het moment dat er negatieve, of ronddwalende entiteiten door de poort gaan, gaan ze automatisch naar het licht. Daar horen ze thuis. Er staan ook vier engelen, zij beschermen de bezoekers en medewerkers van het museum. Deze met ‘geest’ geladen ruimte is te bezichtigen door een kijkgat in de muur. Het werk werpt letterlijk een blik naar binnen. En brengt ons in contact met onze eigen ontastbare ziel en haar vermeende eeuwigheidswaarde.

Dane Mitchell, Untitled_Thermometers

Temperatuurmeters (2007 - 2011)

Wanneer geesten aanwezig zijn daalt de temperatuur. Geesten en andersoortige entiteiten onttrekken namelijk energie uit de omgeving. Met temperatuurmeters probeert Mitchell het onverklaarbare om te zetten naar tastbaar ‘bewijs’. De kunstenaar laat hiermee de complexe relatie zien tussen het rationele en irrationele.


Afterlife II - buitenexpositie op de begraafplaats

Leonid Tsvetkov, In Search of the Other

Hout, antieke grafzerken, cempanel (2011)

Leonid Tsvetkov (Rusland) maakte een camera obscura in een icosaëder. Dit is één van de vijf platonische elementaire vormen van waaruit alles is opgebouwd, vergelijkbaar met een atoom. Deze heeft twintig gelijkzijdige en congruente driehoekige vlakken. Door een kleine opening bovenin valt licht naar binnen. Hierdoor wordt de omgeving geprojecteerd op de wanden. Door de ruimte in de grond te laten verzinken, worden licht en aarde met elkaar verbonden.
De lichtprojecties in de icosaëder verwijzen naar Plato’s allegorie van de grot. Plato stelt dat mensen in een grot die alleen reflecties en schaduwen zien, dit zullen ervaren als de realiteit. Wat we in de icosaëder zien als reflectie van de zon, verbeeldt niet per se de realiteit, maar eerder onze perceptie daarvan.
 

Nick Hullegie, Not There

Plexiglas (2011)

 

Leegte is niet niets
maar iets dat er is
wat aangeeft dat er iets mist

Yuhsin U. Chang, TRANSIT

Boomstam, boomschors, takken, fiber, gemengde materialen (2011)

Uit boomschors maakte Yuhsin U. Chang een spiraalvormige sculptuur. De schors is deels afkomstig van begraafplaats De Nieuwe Ooster.
De Taiwanese kunstenaar Chang ziet de dood als een transformatie: er is een leven voor de dood en er is een leven daarna. De transformatie gaat altijd door, het leven is daar maar een onderdeel van. De ruwe schors is organisch materiaal in verval. De zachte binnenkant vormt een tunnel en de sculptuur heeft een constante beweging. TRANSIT maakt ons ervan bewust dat ons huidige leven slechts een overgangsmoment is in een eindeloze reis.

Nathalie Bruys, Galactic Computer, Portal Machine

Capsule met geluidsinstallatie van stemvorken, bio-oscillaties, klankkasten, aanslagmechanisme (2011)

In de Galactic Computer, Portal Machine komen we in aanraking met kosmische trillingen. De compositie word gevormd door stemvorken van de Solfeggio Reeks, zoals de 528 Hz (DNA) frequentie. Ze zijn afgestemd op ons zonnestelsel en vormen een sleutel tot het universum. De door de kerk verbannen frequenties zijn terug te vinden in Gregoriaanse gezangen en in oude mantra's. Hiermee kon men toegang krijgen tot diepere niveaus van het onderbewuste en tot andere dimensies. Zo kan de dood worden gezien als een deur naar een volgend leven.

Valeska Soares, Tonight (Esta Noche)

Video-installatie (2002)

In de video-installatie Tonight van de Braziliaanse kunstenaar Valeska Soares dansen mensen in een lege danszaal met een onzichtbare partner. Op de romantische tonen van Burt Bacharach’s The Look of Love glijden eenzame dansers door een eindeloos reflecterende ruimte, elkaar soms ontmoetend om onmiddellijk weer uit elkaar te bewegen. Het is een poëtische, weemoedige film die de eenzaamheid na het verlies van een dierbare doet ervaren. Men danst met de onzichtbare partner, die aanwezig is in de herinnering. Een herinnering die ook gelukkig maakt.
Tonight is opgenomen in de danszaal van het fameuze Pampulha-complex in Belo Horizonte, ontworpen in 1943 door Oscar Niemeyer.