congresbeeld Zin in uitvaart?! Betekenisvol vormgeven aan het laatste afscheid congresbeeld Zin in uitvaart?! Betekenisvol vormgeven aan het laatste afscheid

Tot Zover

Zin in Uitvaart?! Terugblik

Met als rode draad de vraag: ‘Zin in uitvaart?!’ organiseerde coöperatie DELA samen met de Funeraire Academie op 28 september jl. een verdiepend middagcongres in Eindhoven. Wanneer is een uitvaart betekenisvol? Waarom doen we wat we doen, voor wie en wat zijn de dilemma’s in de huidige uitvaartpraktijk? Deze en andere vragen kwamen aan bod op de feestelijke middag ter ere van het 80-jarig bestaan van DELA .


Terugblik

Edzo Doeve, directeur van DELA: “Het is mijn overtuiging dat dienstverleners rondom een uitvaart behulpzaam moeten zijn om een uitvaart zo betekenisvol mogelijk te maken. Gaat het erom dat de uitvaart perfect geregeld is, of zijn empathie en inleving de sleutelbegrippen? De samenleving vraagt steeds meer van ons. Meeleven, inleven én vertrouwen, daar gaat het om.”

Met ruim 360 bezoekers was de Paterskerk optimaal gevuld. Diverse sprekers, zoals Bas Heijne, Paul Post en Tjitske Jansen gaven in een lezing hun blik op het thema. Betrokken DELA-uitvaartverzorgers en andere deskundigen deelden in het paneldebat hun mening over actuele ontwikkelingen in het uitvaart vak. Frénk van der Linden was een begeesterde dagvoorzitter en betrok op geanimeerde wijze het publiek bij de discussies.

Wilt u bepaalde inzichten terughalen? Of heeft u de bijeenkomst gemist? Lees dan hieronder het uitgebreide congresverslag. Bekijk ook de foto’s en de sfeervolle aftermovie.

Klik hier voor 100+ congresfoto's. Tag uzelf!

Download hier het dagverslag in PDF, zonder opmaak.


Dagverslag

tekst: Judith Tonnaer. fotografie: Mirjam Thijs

Tegen het prachtige decor van de Paterskerk in Eindhoven vindt het congres ‘Zin in Uitvaart? Betekenisvol vormgeven aan het laatste afscheid’ plaats. Een samenwerking  tussen coöperatie DELA en de Funeraire Academie, ter gelegenheid van het 80-jarig bestaan van DELA. Een middag lang buigen deskundigen uit wetenschap en praktijk zich over de kennis en kunde die nodig is bij de uitvaart van nu.

Dat het feest is, is te zien: het plein voor de kerk is versierd met grote oranje ballonnen en de ontvangst in de kloostertuin is feestelijk en prachtig verzorgd, inclusief tenten, drankjes, bloemen en feestelijke muffins. Dat belooft wat voor de rest van de middag.

Van binnen is de rijkelijk decoreerde Paterskerk prachtig verlicht. Het congres is uitverkocht, met 360 deelnemers zit de Paterskerk helemaal vol. Al zijn er wel een paar lege stoelen: kennelijk hoort dat erbij als je een evenement voor uitvaartverzorgers organiseert. De start is spectaculair en verrassend: van achteruit de kerk komt al zingend een heus gospelkoor naar voren. De hele kerk swingt mee met Happy Days van Amazing  Vocals.

Warme inleiding

Dagvoorzitter Frénk van der Linden is een gewaardeerde  journalist bekend van de NTR-radio, KRO/NCRV-televisie en de Volkskrant. Van der Linden start met een persoonlijk verhaal over zijn ouders die elkaar na hun scheiding 40 jaar niet gesproken hebben. Hij maakte hierover de tv-documentaire Verloren band. De enthousiast ontvangen film leidde tot een verzoening, vlak voor het overlijden van zijn moeder.

Van der Linde spreekt zijn waardering uit voor het werk van uitvaartbegeleiders en benadrukt het belang van hun rol na een overlijden. Hij zorgt voor een actieve rol voor het publiek door korte gesprekjes te hebben met verschillende deelnemers.

Welkom door Edzo Doeve

Hierna komt Edzo Doeve aan het woord, algemeen directeur van coöperatie DELA. Hij vertelt dat de directe aanleiding voor dit congres het 80-jarige bestaan van DELA is. We zijn in de Paterskerk omdat deze kerk – en de bijgebouwen - door DELA omgevormd gaat worden tot een ceremoniehuis. Over het thema zegt hij dat het uitvaart vak een mooi vak is waar je zin in kunt hebben. Maar ook ‘zin in’ als in betekenis geven. Het is Doeves overtuiging dat dienstverleners rondom een uitvaart een uitvaart zo betekenisvol mogelijk moeten maken voor alle genodigden.

Deel #1 Reflectie op maatschappij en ritueel

Dan start het officiële eerste gedeelte van de middag. Dit deel heeft als onderwerp ‘Reflectie op maatschappij en ritueel’. Hierbij komen drie sprekers aan bod: Bas Heijne, Paul Post en Tjitske Jansen.

Bas Heijne, Over het afscheid en het onbehagen

Als eerste spreekt Bas Heijne. Hij is een gelauwerd NRC-columnist, schrijver en essayist. In 2017 ontving hij de P.C. Hooftprijs. Heijne begint zijn betoog met het tonen van Gezicht op Delft van Johannes Vermeer. Een zinnebeeld van orde, rust, eenheid en gelijkgestemdheid: een wereld waarnaar tegenwoordig wordt terug verlangd. We hebben een enorme versplintering doorgemaakt, waarbij het individu veel centraler is komen te staan. De aandacht ligt niet meer op het hogere, maar op onszelf.

Bas Heijne bespreekt de onttovering van de wereld, een term die gebruikt wordt om de aard van de gemoderniseerde, bureaucratische, en geseculariseerde westerse samenleving te omschrijven, waarin wetenschappelijke verklaring een hogere waarde heeft dan geloof, en waarin keuzes worden gemaakt op basis van rationele doelen. Intellectualisering is, zo stelt Heijne, gepaard gegaan met verlies van transcendentie. Er is een gebrek aan algemeen bindende rituelen. Een leemte die we moeilijk kunnen vullen. Aangezien we wel verlangen naar gemeenschap en gemeenschappelijkheid, zorgt dit voor een gevoel van onbehagen.We worden als individu aangesproken, aan de behoefte van gezamenlijkheid wordt niet voldaan.

Bas Heijne spreekt uit eigen ervaring wanneer hij zegt dat hij heeft het gevoel dat het (uitvaart/afscheids)ritueel wordt opgedrongen als een formule. Hij heeft het gevoel dat hij dingen moest tegenhouden, in plaats van dat er mogelijkheden waren die geboden werden. Heijne eindigt zijn betoog met dat hij niet wil pleiten voor het herstel van rituelen. Hij wil een nieuw, persoonlijk ritueel. Hij wil een lans breken voor een cultuur van aandacht.

Paul Post, Over actuele rituele competenties

Vervolgens komt Paul Post aan het woord, hoogleraar Rituele Studies aan Tilburg University. Hij opent zijn lezing met een portret en een uitspraak van Antoine Bodar: ‘Goede wijn behoeft geen krans’. Post is het ronduit oneens met Bodar die niet te spreken is over allerlei nieuw ritueel dat het in zijn ogen niet haalt bij het ‘requiem van de Moederkerk’. Integendeel. Volgens Post voldoet traditioneel kerkelijk ritueel niet meer. Inmiddels zijn er nieuwe gevestigde repertoires. Nederland is ritueel competent, aldus Post. ‘Als er een ramp is, dan weten wij in Nederland wat te doen’. De nationale herdenking van de MH17 in 2014 is hier een voorbeeld van. De lezing van Paul Post begint met een lofzang op de actuele rituele competentie. De omgang met de dood blijft daarin moeilijk, maar juist dát is de pointe van het ritueel, de worsteling met die dood, aldus Post.

Maar ritueel handelen moet volgens Post ook kritisch worden beschouwd. Waar ritueel-kritisch naar gekeken kan worden zijn ontwikkelingen als:

  • casualisering
  • omgang met nutteloosheid
  • evenementalisering
  • cultuur van het zelf
  • de neiging tot uitleg
  • ruimte als sleutelconcept

Casualisering: Hedendaags ritueel repertoire sluit meer en meer aan bij dagelijkse handelingen, aldus Post. Een kernelement van ritueel is juist contrast. Ritueel is direct verbonden met een 'Moratorium des Alltags, met een contrastervaring, met een pauze, met anders, een andere tijd, een andere plaats, andere kleding, andere taal en spreken, ander handelen'. Ritueel handelen gaat om een contrastervaring. Dat staat onder druk als het ritueel opgaat in het gewone.

In onze wereld wordt nutteloosheid nauwelijks geduld, terwijl ritueel handelen per definitie nutteloos is. Maar niet betekenisloos. Post ziet allerlei tendenties om nut en functie aan ritueel te verbinden zoals coping, verbinding met goede doelen, het oprichten van stichtingen na iemands dood et cetera.

Evenementalisering: Voor velen is ritueel verbonden geraakt met events. Maar ritueel komt nooit alleen, als een groots moment, het komt in veelvoud. Er is groot, maar ook klein ritueel. Er is nooit enkel dat ene uur in het crematorium. Er is ook ritueel ervoor, en hopelijk ook erna.

Een andere belangrijke culturele tendentie die impact heeft op de uitvaart is de zgn. 'Cultuur van het zelf'. De sterke privatisering in onze cultuur maakt het moeilijk een evenwicht te vinden tussen een losse verzameling individuen en een echte rituele gemeenschap. Uitvaarten zijn getekend door uiterst persoonlijke zelfexpressies van familie en vrienden, er wordt weinig samen gezongen of gebeden. Is er eigenlijk wel sprake van echt samenzijn tijdens het dodenritueel, of vindt dat plaats na afloop van de dienst?

Voorts zoomt Post in op het ambacht van het ritueel handelen.Hoe doen we het ritueel, hoe zetten we het neer? Post benoemt de bonte variatie van ritueel experts, een interessante ontwikkeling in de huidige tijd, maar ziet ook de worsteling die men heeft om symboliek relevant en herkenbaar te maken voor mensen. We neigen ertoe uitleg in het ritueel te stoppen, zo vervolgt Post. Maar door uitleg maak je het ritueel dood. Hij citeert Wouter van Beek: ‘Voor een [goed] functioneel ritueel is uitleg overbodig, voor een [slecht] onbegrijpelijk ritueel komt uitleg te laat.’

Paul Post eindigt met een algemeen kenmerk van onze ritualiteit: ruimte. Waar het hier om gaat is dat er een plaats is die open staat voor een veelheid aan toe-eigeningen, waar in de actuele diversiteit een plek vindt voor goed ritueel. Ook het ritueel zelf moet een open ruimte bieden voor verschillende toe-eigeningen. Ruimte zou Post willen koesteren als algemeen kader misschien wel voor een ‘goed ritueel’. Post eindigt zijn lezing in stijl met een feestelijke uitspraak van Harry Mulisch “goede wijn behoeft een glas!” Een uitspraak die verder geen uitleg of duiding verlangt.

Gedachtenuitwisseling

Hierna reageren Bas Heijne en Paul Post op elkaars verhaal. Van der Linden merkt op dat de thema’s mooi op elkaar aansluiten én dat het betoog van Bas Heijne iets pessimistischer van toon is. Paul Post merkt op dat waar Heijne betoogt dat er eerst inhoud moet zijn en dan pas ritueel, hijzelf stelt dat je door rituelen te doen, inhoud weer op het spoor kunt komen.

Iemand uit de zaal vindt dat er snel wordt geoordeeld over rituelen. Als het vanuit de familie komt, is het goed. Bas Heijnen erkent dit. Hij geeft echter aan dat hij zelf niet weet wat hij wil in een ritueel, dat is afhankelijk van de keuzes die aangeboden worden. Paul Post geeft een voorbeeld van schlagers die gedraaid werden tijdens een uitvaart. Wellicht niet voordehand liggend, maar in de context kan het een heel goed ritueel zijn.

Voordracht

Vervolgens beklimt Tjitske Jansen de ornamentele preekstoel ter linkerzijde van het podium. Jansen is dichter en auteur o.a. van de dichtbundel Koerikoeloem (2007) en haar prozadebuut Voor altijd voor het laatst (2015). Tjitske draagt voor uit eigen werk. Het zijn treffende en ontroerende fragmenten over haar vader en haar relatie met hem. De herinneringen zijn niet alleen maar mooi. Ook dat kan juist troostend zijn, zo stelt Jansen. En boven alles zijn het liefdevolle herinneringen.

Zin in… muziek?!

Hierna is het tijd voor de pauze in de Kloostertuin. Deze pauze is gevuld met muziek van Speakeasy, drankjes en onder meer Brabantse worstenbroodjes. Het signaal van het klokkenspel luidde het tweede deel van de middag in. Terug naar de kerkzaal.

Volgens Frénk van der Linden is het onmogelijk een publiek wakker houden in Brabant na de pauze. Maar dat lukt Clean Pete wel: een muzikaal duo bestaande uit de tweelingzussen Loes en René Wijnhoven. Met hun prachtige luisterliedjes zorgen zij voor een moment van bezinning. Én voor een meezingend publiek in de galmende kerk: ‘Zo fijn om alleen te zijn’.

Deel #2 Verbondenheid en betekenis in de uitvaartpraktijk

Frénk van der Linden leidt de hierop volgende paneldiscussie in waarbij vier perspectieven aan de orde komen. Wat betekent ‘zin’ in de praktijk en hoe hanteer je dat? De paneldiscussie start met een voorstelrondje. Achtereenvolgens komen aan het woord: Brenda Mathijssen, thanatoloog en postdoc onderzoeker aan de University of Reading; Martin Hoondert, universitair docent Muziek, Religie en Ritueel aan de Tilburg University; Else-Marie van den Eerenbeemt, familietherapeut en publicist en Aart Mak, predikant en radiomaker bij Kerk Zonder Grenzen.

Er volgt een korte uitleg over het komende uur. Videofragmenten waarin verschillende uitvaartprofessionals hun mening geven over het thema leiden elke ronde in. Vervolgens reageert de spreker op een stelling, met daarna discussie met de zaal en de andere sprekers. Wanneer de kerkklokken luiden is het tijd voor de volgende ronde.

1/4 Zin... in uitvaart?!

De uitvaartprofessionals in het filmpje vertellen wat hun visie is op zin(geving) in uitvaart, wat hen raakt en hoe zingeving ook in een klein gebaar kan schuilen. Vervolgens bijt Brenda Mathijssen het spits af. Ze reageert op de eerste stelling: ‘bij de uitvaart is zingeving belangrijker dan de logistiek’. Ze is het hier niet mee eens, want het impliceert een onterechte botsing tussen zin en logistiek, praktische zaken of protocol. Zonder logistiek is er geen uitvaart, betoogt ze. Voor nabestaanden is de uitvaart (meestal) geen puur logistieke aangelegenheid of regelwerk. Doel van de uitvaart is betekenisverlening volgens Mathijssen en logistiek (voorbereidingen, ceremonie, lijkbezorging) faciliteert die betekenisverlening.

Zingeving is van oudsher niet de taak van de uitvaartverzorger. Voorheen was er onderscheid: de uitvaartverzorger was er voor de logistiek, de predikant voor de zingeving. Er moet meer ruimte komen voor betekenisverlening in de taakomschrijving van uitvaartverzorgers aldus Mathijssen.

Else-Marie van den Eerenbeemt vult aan dat je als uitvaartverzorger in het hart van de familie komt. Aart Mak benoemt dat er in de opleiding tot uitvaartverzorger veel meer aandacht voor zingeving is gekomen: het gaat niet alleen om het uitzoeken van de kist, er is ook aandacht voor het ritueel. Martin Hoondert merkt op dat zingeving gekoppeld aan materiele cultuur spanning oplevert. Mensen uit het publiek reageren: iemand stelt dat er geen onderscheid is tussen logistiek, zingeving en ritueel. Dan luiden de kerklokken: tijd voor de volgende ronde.

2/4 Zin voor wie?!

Voor wie is het uitvaartritueel bedoeld, en wiens wens is leidend bij de vormgeving van een afscheid? De filmfragmenten die vertoond worden geven een indruk van de variatie  aan antwoorden op die vraag.  Zin voor wie? Voor de overledene, de naaste familie, de grotere groep aanwezigen…of wordt de wens van de uitvaartleider soms benadrukt?

Martin Hoondert reageert op de gechargeerde stelling  ‘de uitvaartverzorger moet zijn/haar eigen stempel op de uitvaart zetten’. Hoondert start gelijk met de casus van een crematie die hij bijwoonde waarbij uitsluitend operette-melodieën werden gespeeld. Omdat de 70-jarige overledene bij een operette koor zat en daar zo van hield. Hoondert vroeg zich bij bestudering van het ritueel af: biedt deze muziekkeuze ook troost aan de nabestaanden? Want achteraf bleek dat de kleinkinderen heel ongelukkig waren met de muziekkeuze. Dit roept de vraag op: voor wie is het uitvaartritueel bedoeld? Is het uitvaartritueel een overgangsritueel voor de overledene, of staan juist de nabestaanden centraal? In de praktijk blijken de wensen van de overledene een dominant uitgangspunt te zijn.

Maar heeft het uitvaartritueel niet eerst en vooral een functie voor hen die achterblijven? Zij moeten afscheid nemen, zij moeten opnieuw ontdekken wie zij zijn nu een geliefd mens er niet meer is en hoe zij verder moeten. De ritueelbegeleider in de casus had niet alleen naar de muziekkeuze van de overledene moeten vragen, maar ook naar de muziek die de nabestaanden troost biedt. Volgens Hoondert kan de uitvaartleider helpen een volgende stap te zetten, op basis van zijn of haar expertise over hoe rituelen werken en wat nodig is in het rouwproces. Durf de keuze van de familie ter discussie te stellen, aldus het pleidooi van Hoondert. Want ‘de klant is koning, maar de koning wil wel geholpen worden.’

Hierop volgend deponeert Frénk van der Linden de stelling: de wens van de overledene is leidend. Het publiek mag reageren. De meningen zijn verdeeld, al lijkt de mening te overheersen dat doorgaans de wens van de nabestaanden leidend is. Volgens Else-Marie van den Eerenbeemt gaat het om een samenspel, best of both worlds.

3/4 Zin in familie?!

‘Bij 70% van de families is wat aan de hand’ is de stelling waar de uitvaartprofessionals in het videofragment op reageren. Duidelijk is dat uitvaartverzorgers dikwijls te maken hebben met ingewikkelde familieverhoudingen en conflictsituaties. De stelling die Else-Marie van den Eerenbeemt behandelt is ‘omarm de zondebok van de familie’ en ze toont daarbij een genogram. Juist deze zondebok is vaak de rechtvaardige, zo stelt zij. Ondanks dat Van den Eerenbeemt als familietherapeut veel problemen bij families tegenkomt, ziet ze nooit hopeloze families. Ze houdt een pleidooi voor het aandacht geven aan degenen die het minst op de voorgrond treden. Martin Hoondert vult hierop aan dat uitvaartleiders op de eerste plaats luisteraars zijn.

Frénk van der Linden vraagt aan mensen in de zaal wat ze doen met lastige situaties in families, met gebroeieerde relaties. De meesten weten niet goed wat te doen. Eén deelnemer zegt aandacht te geven, benoemen dat er iets is. Vragen stellen en luisteren. Waarom is het zo moeilijk hiermee om te gaan? Else-Marie van den Eerenbeemt stelt dat je het probleem niet hoeft op te lossen, maar wel moet benoemen.

4/4 Zin in verbinding?!

We zijn alweer toe aan de laatste sessie van het paneldebat. Hoe streef je naar verbondenheid tijdens een uitvaart? Hierop wordt gereageerd in de fragmenten die we zien. Er wordt gesproken over de nabestaanden die zich herkend voelen en de overledene die herkend wordt, door middel van muziek, een bloem, een kleur of geur. Over contact maken met het publiek, muziek, een symbool. Aart Mak houdt juist een pleidooi voor taal. Taal heeft volgens hem een grote rituele waarde. Taal verbindt. Het verhaal van die ene mens in een breder verband stellen. Verbindende woorden, van toen en nu.

De kern is dat een uitvaart ook theater is in de beste zin van het woord, aldus Mak. Het theater waarin het verhaal van één wordt herkend door allen, waarin het leven in zijn grilligheid, onkenbaarheid en tragische dapperheid van mensen wordt geschetst.

Maar - waarschuwt Mak - dan moet er iemand zijn die in alle empathie ook tegenover de nabestaanden durft te staan en hen troost met de waarheid. Die waarheid omschrijft Mak liederlijk als 'het iemand bij zijn uitvaart nog eens levend opvoeren als een van ons, als elckerlyc. Dat kan met alle inbreng van kinderen, kleinkinderen en collega’s maar er is ook een regisseur nodig die ritme, toon en volgorde bepaalt en als een dramaturg het finale verhaal kan vertellen.'

Frénk van der Linden vraagt zich vervolgens af of men weleens de mist in gegaan is. Else-Marie van den Eerenbeemt noemt een voorbeeld waarbij er gekozen werd voor stilte en zij toch is gaan spreken. Aart Mak vertelt over een persoonlijke uitglijder en ook mensen uit het publiek vertellen over hun missers.

Panelconclusie

Tot slot wil Van der Linden van het panel weten wat er centraal staat in dit verhaal. Volgens Aart Mak drukt er te veel last op de schouders van die ene uitvaartleider. Er zijn meer professies nodig. Brenda Mathijssen is van mening dat het proces langer gemaakt moet worden: er moet ook aandacht voor nazorg zijn. Aart Mak haakt hierop in: ook aandacht voor voorzorg. Voor mensen die zich voorbereiden op de dood: er is wel medische zorg, maar is er ook geestelijke zorg? Brenda Mathijssen vraagt zich af waar daar ruimte voor zou zijn. Else-Marie van den Eerenbeemt zegt dat mensen in crisis zijn. Daarom kan er zoveel: ‘u staat onder hoogspanning, ik kan u iets afnemen.’ Hiermee eindigt de paneldiscussie. Van der Linden bedankt iedereen voor het delen. En hij sluit af zoals hij begon: met een persoonlijke anekdote.

Slotwoord

Het slotwoord is voor Edzo Doeve. Hij stelt zich de vraag: gaat het erom dat een uitvaart perfect is geregeld of gaat het om inleven en meeleven? Hij beantwoordt deze vraag meteen: de samenleving vraagt steeds meer van ons. Meeleven en inleven, daar gaat het om. Na een dankwoord aan de deelnemers en de organisatie wordt men wederom genodigd naar de kloostertuin. De klokken luiden en wat staat er op de beeldschermen? Juist: Zin in... de borrel?! Onder het genot van – wederom – uitgebreide hapjes en drankjes werd er volop nagepraat over deze zeer inspirerende en geslaagde middag. 


Lees verder